Wat is een interval?
Een interval is de afstand tussen twee noten.
- Opgevolgd gespeeld (melodisch interval).
- Tegelijkertijd gespeeld (harmonisch interval).
Op een piano (of elk chromatisch instrument) meten we deze afstand in halve tonen. Het aantal halve tonen bepaalt volledig hoe een interval klinkt.
Instrument voor alle voorbeelden
Kies een geluid; alle theorievoorbeelden gebruiken dit instrument.
De belangrijkste intervalnamen
In westerse muziek praten we over intervallen als stappen tussen toontrappen: prime, secunde, terts, kwart, kwint, sext, septiem, octaaf.
Elke grootte komt overeen met één of meer halve tonen. Bijvoorbeeld:
- Kleine secunde = 1 halve toon
- Grote secunde = 2 halve tonen
- Kleine terts = 3 halve tonen
- Grote terts = 4 halve tonen
- Tot octaaf = 12 halve tonen
Oplopende voorbeelden
Aflopende voorbeelden
Zelfde afstanden, maar beginnend op de hogere noot beneden.
In de oefeningen zie je of een interval omhoog of omlaag gaat en oefen je zowel de grootte als de richting.
Verken halve tonen
Gebruik de schuifregelaar om de afstand in halve tonen te veranderen. Het midden is prime; naar links voor omlaag, naar rechts voor omhoog.
Afstand: 0 halve tonen (prime)
Hoofdinterval: Prime - Perfecte consonantEnharmonische schrijfwijzen: Overmatige unison (theoretisch)
Voorbeeldnoten: Do4 -> Do4
Consonante vs dissonante intervallen
Intervallen kunnen stabiel en prettig of gespannen en onstabiel voelen. We noemen ze consonant of dissonant.
Globaal gezien:
- Perfecte consonanten: prime, reine kwint, octaaf (0, 7, 12 halve tonen).
- Imperfecte consonanten: grote/kleine tertsen en sexten (3, 4, 8, 9 halve tonen).
- Dissonanties: seconden, septiemen en de triton (1, 2, 5, 6, 10, 11 halve tonen).
Consonante voorbeelden
Deze voelen ontspannen en aangenaam. Ze vormen vaak stabiele harmonieën.
Dissonante voorbeelden
Deze voelen gespannen en willen meestal naar een consonantie resolveren.
In de consonant/dissonant niveaus leer je deze kwaliteiten op gehoor te onderscheiden.
Intervalkwaliteiten
Naast de grootte hebben intervallen ook een kwaliteit (in het Nederlands ook wel aard).
- Perfect (reine): prime, kwart, kwint, octaaf.
- Groot / klein: seconden, tertsen, sexten, septiemen.
- Overmatig: één halve toon groter dan perfect of groot.
- Verminderd: één halve toon kleiner dan perfect of klein.
Perfect vs groot/klein
Overmatig & verminderd
Dit zijn uitgerekte of samengedrukte varianten van de basisintervallen.
In niveau 4 combineer je grootte en kwaliteit.
Enharmonische intervallen
Twee intervallen kunnen hetzelfde klinken maar anders geschreven zijn. Dat noemen we enharmonisch.
Bijvoorbeeld: C naar F# is gelijk aan C naar Gb; ze klinken hetzelfde maar hebben andere namen.
Tritoon enharmonieken
Terts vs secunde
Zelfde toonafstand, andere spelling.
Later kun je meer verdiepen in enharmonische schrijfwijzen.